Z i f f e l s 

                                           

Een kaartenhuis dat op de cruciale plekjes is verstevigd

Bio Ziffels;
een interview door Harko ter Steege

De titelloze elpee van de Groninger popgroep Ziffels mag een van de meest opvallende releases van 2020 worden genoemd. Ga maar na: de bandleden zijn allen de zestig gepasseerd, de band was een half leven geleden in de tweede helft van de jaren ’80 een opvallende verschijning op de Nederlandse poppodia, speelde onder meer voor de VPRO-televisie in het programma Jonge Helden, scoorde jubelende recensies en prijkte op de lange lijst ‘net niet doorgebroken’. 

Indertijd werd een single uitgebracht: Cold Day In Bermuda / Penny Black, tot een volwaardige cd is het niet gekomen. 

Sindsdien kwamen de mannen af en toe samen om weer muziek te maken. Zo kropen ze ooit nog in de huid van The Byrds tijdens een thema-avond rond songs van Bob Dylan, en werd hier en daar een verjaardagsfeest opgevrolijkt. 

Een paar jaar geleden ontstond het idee om samen te komen in de geluidsstudio die bassist Frits met enkele vrienden heeft opgebouwd. Het plan was om de oude liedjes van vroeger nu eens eindelijk goed op te nemen. Daar kwam niets van in. Binnen minder dan een kwartier speelden en zongen Henk Boonstra, Sipke Boorsma, José Cutileiro, Theo van der Laan en Frits Vogt elkaar nieuwe songs en ideeën voor. En net als in de oude dagen gingen ze elkaar aanvullen, ideeën proberen, en werken aan kersvers materiaal. Alles op de plaat Ziffels is afkomstig van deze sessies. “Net als vroeger hebben de Ziffels ook nu puur gevoelsmatig muziek gemaakt”, zegt gitarist en zanger Sipke Boorsma. “We hebben niet gestreefd naar perfectie. We zijn geen topmuzikanten, maar daar gaat het ook helemaal niet om. Mooie nummers kan iedereen maken, ook al kan je nog geen gitaar stemmen. En gelukkig is het geheel bij de Ziffels veel meer dan de afzonderlijke delen. Wij vullen elkaar op een heel mooie manier aan. Een soort kaartenhuis dat op precies de cruciale plekjes is verstevigd. 

De essentie is de emotie. Muziek moet iets oproepen: ontroering, plezier, woede of misselijkheid desnoods. Onze muziek doet dat, zeker bij onszelf, maar ook bij de luisteraar. Dat is precies de reden dat we weer nieuwe nummers zijn gaan maken: we merkten dat de oude Ziffels-magie er meteen weer was, dat er weer iets ontstond dat we alleen samen en alleen met precies deze mensen kunnen maken, en dat een eigen ziel heeft. Dat is echt iets magisch en glorieus.”

“Muziek opnemen is volkomen veranderd sinds de jaren ’80, toen wij ooit als band begonnen”, zegt bassist en opnameleider Frits. “Toen maakte je hoge kosten, alleen al aan geluidsband. Nu gaat alles rechtstreeks digitaal op de harde schijf. Ik stel het geluid voor alle instrumenten goed af en we gaan gewoon lekker de hele dag spelen. Wanneer we dan een take van een nummer hebben waarvan we denken: zou wel eens wat kunnen wezen, dan sla ik dat op. Daarmee kunnen we dan aan de slag met overdubs, zangpartijen, en zo ontstaat een nieuw nummer.”  

Drummer Theo vult aan: “Sommige dingen blijven wél hetzelfde. Van zo’n basistake moeten de drums meteen kloppen. Daar kun je nog maar moeilijk later nog iets veranderen. Ik moet dus nog steeds de eerste zijn die in topvorm is, en structuur in de songs aanbrengen.” 

“En er zit veel minder stress op dan vroeger!”, besluiten zanger Henk Boonstra en gitarist José Cutileiro in koor. Want in de jaren ’80, toen de jongens nog druistig en ambitieus waren, kreeg de frustratie van het nét niet doorbreken nogal eens de overhand en vlogen vaak onterechte verwijten over tafel. Daarbij was vooral Cutileiro niet zelden een lastig baasje.  

“Weet je nog, Cock Robin”, knipoogt hij anno 2020 naar Boonstra. Zanger Henk glimlacht flauwtjes. José refereert aan een aanbod dat de Ziffels kregen om in een uitverkochte De Oosterpoort het voorprogramma te verzorgen van de inmiddels vrijwel vergeten Amerikaanse band Cock Robin. “Ik weigerde. Ik vond dat de Ziffels te allen tijde in verband moesten worden gebracht met schoonheid en pracht en weigerde te spelen in het voorprogramma van zo’n kloteband.”

“We hadden voor meer dan duizend mensen gespeeld”, moppert Henk.
José: “Kon mij geen bal schelen.” 
Henk: “We zijn daarna ook nooit weer gevraagd voor een groot voorprogramma.” 
José: “Kon mij ook geen bal schelen.” 
Henk: “En we hadden net onze single uitgebracht. We waren onder de aandacht van een hoop mensen gekomen.” 
“Maar wel onder de vleugels van Cock Robin!”
… en zo kunnen ze nog eindeloos oud zeer ophalen. 

Ineens schieten de Ziffels in een lachbui. De onderlinge humor van de vijf zestigers is voor een buitenstaander soms moeilijk te volgen. Misschien moeten we besluiten met de woorden van stadschroniqueur en kenner van het Groninger nachtleven Marjan Feith, die naar verluidt ooit tegen haar beste vriendin zei: “Ik heb een Ziffel gesproken!”